Interview
Bestrijding Reuzenberenklauw: Wiedewiedenweg in actie

Bestrijding Reuzenberenklauw: Wiedewiedenweg in actie

Op 25 april 2026 werd een speciale werkochtend op Staddijk georganiseerd om met een grote groep de reuzenberenklauw te lijf te gaan. Normaal gesproken wordt het bestrijden van invasieve exoten in Nijmegen gedaan door de werkgroep Wiedewiedenweg.
Hier onder een artikel geschreven door Toon Snelder op basis van een interview met Geerten de Jong.

De reuzenberenklauw

Deze keer een verhaal over een groep gemotiveerde vrijwilligers, Wiedewiedenweg genaamd. Leden werken soms alleen, soms in kleine groepjes en soms in een grote groep om de Reuzenberenklauw (afgekort RBK) te bestrijden. Dit doen zij in de eigen straat, in de eigen buurt of gezamenlijk ergens in de gemeente Nijmegen. Er zijn dus verdeeld over heel Nijmegen bewoners die deze plant weghalen.

Ze worden gevraagd door Geerten de Jong, die centraal in de gaten houdt waar er nieuwe vestigingsplaatsen zijn, waar ze nog staan en hoeveel er zijn. Geerten doet dit met behulp van twee geografische informatiesystemen: Q-gis en Greenpoint, waarvan de laatste het groene gemeentelijke registratiesysteem is. Een heel serieuze aanpak dus van de bestrijding van deze invasieve exoot.

Hoe Wiedewiedenweg is ontstaan

Wiedewiedenweg is ooit opgezet door Annerie Rutenfrans, ook bekend van Beleef en Weet, groene schoolpleinen en momenteel van de promotie van schooltuinen. Zij is recent teruggetreden.

Wiedewiedenweg is een platte organisatie waarbij de inzet van alle vrijwilligers noodzakelijk is. Geerten coördineert en houdt met behulp van de systemen controle op de verspreiding van de RBK en de acties die moeten worden uitgezet. Hij regelt en belt individuen over nieuwe waarnemingen en nodige acties en doet zelf ook mee.

Wetenschappelijke verwerking en resultaten

De bestrijding vraagt en levert gegevens over de effectiviteit van het uitsteken van de GBK’s, over hoelang de controles van locaties moet doorgaan en of het werkt. Deze gegevens worden door Rob Leuven wetenschappelijk verwerkt en dit levert interessante informatie op.

Opvallend is de aanvankelijke stijging van het aantal planten na een eerste keer uitsteken. Na meerdere keren uitsteken neemt het aantal flink af. Hiermee zien we ook hoe belangrijk voortgaande monitoring is. Het monitoren levert gegevens op voor wat betreft de verschillende soorten bestrijding; er wordt namelijk uitgestoken en ook gemaaid.

Locaties van de Reuzenberenklauw in Nijmegen.

Waarom is bestrijding van de RBK zo belangrijk?

Wat is en invasieve exoot?

Invasieve uitheemse soorten zijn dieren of planten die niet van nature in Nederland of een andere EU-lidstaat voorkomen. Ze zijn door menselijk handelen in onze natuur terechtgekomen. Deze soorten zijn een bedreiging of schadelijk voor de biodiversiteit en ecosystemen. Andere invasieve exoten zijn de duizendknoop, de springbalsemien, de alsemambrosia en nog zo’n 15 andere invasieve landplanten.

De Reuzenberenklauw: een schadelijke plant

De reuzenberenklauw is een meerjarige plant uit de schermbloemenfamilie. De soort wordt in de Europese Unie beschouwd als een invasieve exoot die gezondheidsrisico’s oplevert.

De plant heeft klauwvormige bladeren. Ze is verwant aan de gewone inlandse berenklauw, maar veel groter. De reuzenberenklauw kan, afhankelijk van de groeiplaats, in de lente in een paar maanden tijd uitgroeien tot een hoogte van 4 meter. Afhankelijk van de groeiplaats zullen de zaailingen na een of meerdere jaren de bloeifase bereiken. Het eerste jaar blijft de plant laag (50 cm), het jaar erop is hij meestal volgroeid, en bloeit van juni tot augustus met een variabel aantal samengestelde schermen vol witte bloemetjes. Na de bloei sterft de plant af.

De plant is vooral te vinden langs wegen en op plaatsen die niet begraasd of bewerkt worden. De plant komt veelal voor op verstoorde, voedselrijke grond. Naast de natuurlijke verspreiding van zaden, worden zaden van deze invasieve plant ook per ongeluk verspreid door de mens via grondverzet.

Geschiedenis en regelgeving

In de 19e eeuw is de reuzenberenklauw uit de Kaukasus als tuinplant in Europa geïntroduceerd. In de Benelux is deze exoot volledig ingeburgerd. De reuzenberenklauw wordt anno 2010 steeds vaker in verstedelijkt gebied aangetroffen en, mede om de schadelijke werking van het sap van deze plant op huid en ogen, in toenemende mate als een probleem ervaren. Sinds 2 augustus 2017 is de plant opgenomen op de lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. De handel van de plant is dus verboden in alle lidstaten. Ook moeten lidstaten de plant bestrijden.

Ecologische betekenis

Omdat de reuzenberenklauw zo kiemkrachtig is en met zijn bladeren al het licht voor andere planten wegneemt, wordt de soort beschouwd als een onkruid. In gebieden die niet begraasd worden, drukt de invasieve soort alle andere planten weg.

Hoe bestrijden we de Reuzenberenklauw?

Bestrijdingsmethoden

Bij de bestrijding van de plant wordt beschermende kleding en een veiligheidsbril gedragen. In een aantal plaatsen zijn bij de bestrijding van de plant vrijwilligers actief. Dat gebeurt vaak in samenwerking met instanties als Staatsbosbeheer, Waterschap, Rijkswaterstaat, ProRail en gemeente. Sommige gemeenten verstrekken de vrijwilligers een vergoeding voor gereedschap.

Mechanische bestrijding

Tot de mechanische bestrijdingsmethoden behoort het uitsteken van jonge planten, uitboren van de wortel van oude en jonge planten met een kabelboorspade en/of penwortelspade, herhaald maaien in combinatie met het handmatig schoffelen, om te voorkomen dat de plant in bloei komt en tot zaadvorming overgaat. Een gemaaide plant kan door middel van noodbloei in betrekkelijk korte tijd nieuwe bloemen maken. Deze zijn vele malen kleiner dan de eerste bloemen. Een plant kan zo tot minstens drie maairondes overleven en zich voortplanten. Wil deze bestrijdingsvorm effectief zijn, dan dient het maaien minimaal vijf keer per seizoen te gebeuren. Een bloeiende reuzenberenklauw mag vanwege de kiemkracht van het zaad niet bij het gft-afval. Een plant produceert gemiddeld zo’n 20.000 zaden, soms zelfs 100.000, die tot zeven jaar lang hun kiemkracht behouden.

Biologische bestrijding

Biologische bestrijdingsmethoden zijn begrazing, behandeling met schimmels, met aaltjes bij de ondergrondse delen, of met kevers bij de bovengrondse delen. In Nederland is een periode een schimmel toegepast die de plant binnen anderhalf jaar kan laten verdwijnen, maar tot nu toe is er geen partij gevonden die de schimmel op de markt weet te brengen met de benodigde toelatingen.

Verwondingen

Aanraking van beschadigde planten kan ernstige schade toebrengen aan de huid en aan de ogen van mensen en dieren. Het sap van de plant bevat furocumarinen die sterk fototoxisch zijn. Blootstelling aan zonlicht na contact met het sap kan rode, heftig jeukende vlekken veroorzaken, gevolgd door zwelling en blaarvorming. Het letsel kan eruitzien als een brandwond en het kan twee weken duren voordat het genezen is. Wanneer plantvocht in de ogen komt, kan dit tot blindheid leiden. Bij honden kan sap in de bek tot verstikking leiden. In 2017 registreerde het Belgische Antigifcentrum 28 letselgevallen na contact met de reuzenberenklauw.

Knelpunten en wensen

De van Nijmegen zijn moeilijker onder controle te houden zoals de grens met Beuningen en Beek. Het zou een flinke stap voorwaarts zijn wanneer ook daar actieve groepen zouden ontstaan. We mogen het terrein van ProRail niet betreden en het zou fijn zijn wanneer ProRail de bestrijding ter hand neemt. Particuliere terreinen zijn niet openbaar en daar is vooraf overleg en uitleg noodzakelijk. Op begraafplaatsen mogen de vrijwilligers van Wiedewiedenweg in overleg aan het werk. En tenslotte zou het fijn zijn wanneer de Radboud universiteit vaker en gericht de RBK maait.

Een groep vrijwilligers wordt bijgepraat voor aanvang van de werkzaamheden

Conclusies en oproep

  • Burgerparticipatie bij aanpak locaties met lage aantallen RBK is succesvol
  • Na verwijdering vaak toename van het aantal planten door hergroei, zaailingen en dispersie vanuit grote haarden
  • Meerjarige aanpak nodig (continue monitoring en snelle verwijdering)
  • Aanpak grote locaties vereist meer aandacht
  • Maaien (2-4 keer/jaar) resulteert in dwerggroei
  • Round-up is niet effectief en milieugevaarlijk
  • Monitoringsdata belangrijk voor analyse van de effectiviteit van de maatregelen
  • Succesvolle aanpak vereist continuïteit, coördinatie, meer vrijwilligers, grotere inzet terreinbeheerders en gemeente
  • Integratie exotenaanpak in ruimtelijke plannen.

Meer informatie is te vinden bij:
Floron.nl/wiedewiedenweg

Meld je aan!
wiedewiedenweg@nijmegen.nl